# 32 – Kerstmis 2025

Mijn naam is Gabriël

Mijn naam is Gabriël, de engel Gabriël. Of nee, de aartsengel Gabriël.

In het boek Daniël omschreef men mij nog als ‘iemand die eruitzag als een man.’ Ik moest Daniël helpen om zijn droom te begrijpen. Dat was niet eenvoudig. De man werd er zelfs ziek van.

Heel wat later kreeg ik een leukere opdracht. De evangelist Lucas noemde mij ‘Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is’ en  ‘die gezonden wordt om goed nieuws te brengen.’ Ik vond dat echt bij mij passen.

Ja, in die tijd had ik het heel druk. God zelf had mij geroepen voor een heel uitzonderlijke opdracht. Ik zou er enige tijd mee bezig zijn.

Eerst moest ik naar de tempel in Jeruzalem. De priester Zacharias had er dienst. Ik moest aan Zacharias gaan vertellen dat hij en zijn vrouw Elisabet op hun hoge leeftijd nog een zoon zouden krijgen. De jongen zou Johannes genoemd worden. Ik vertelde Zacharias dat Johannes zijn volk zou voorbereiden op de komst van de Heer. Zacharias kon het niet geloven, hoezeer ik ook mijn best deed om hem gerust te stellen. Hij was met stomheid geslagen. ’t Was zielig om hem zo achter te moeten laten.

Zes maand later moest ik weer op pad, nu naar Galilea, naar Nazaret, bij een jonge vrouw die Maria heette. God had bijzondere plannen met haar. Dat verwonderde mij, want Galilea was niet zo bekend om zijn vrome, religieuze traditie en uit Nazaret kon je in die tijd al helemaal niet veel goeds verwachten. Maar ik moest naar Nazaret.

Nu zijt wellecome

Toen ik Maria aansprak, schrok zij. Ik stelde haar
vlug gerust. Ik mocht haar vertellen dat ze begenadigd was en dat de Heer met
haar was. Moeilijke woorden misschien, maar goed nieuws. Ze zou een zoon
krijgen en die zoon zou de zoon van God zijn. Met plechtige woorden mocht ik
Jezus aan haar voorstellen: ‘Hij zal een groot man worden en Zoon van de
Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van vader David
geven. Tot in de eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan
zijn koningschap zal geen einde komen.’

Maria was er ondersteboven van. Ze begreep het niet
zo goed en ze vroeg: ‘Hoe zal dat gebeuren?’ Maar ik stelde haar weer gerust:
‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als
een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden
genoemd en Zoon van God.’

En ik had nog blij nieuws voor haar. Ik mocht haar
vertellen dat Elisabet ondanks haar hoge leeftijd een zoon verwachtte. Iedereen
dacht dat ze onvruchtbaar was, maar ze was al in de zesde maand van haar
zwangerschap. Voor God is niets onmogelijk.

Ik denk dat Maria van de ene verbazing in de andere
terecht kwam. Eerlijk gezegd, ik begrijp God ook niet altijd. Hoe Hij met
mensen bezig is. Maar Maria had er toch wel vertrouwen in. Ze zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd:’

Ik werd er stil van. Met zo’n gelovig vertrouwen leek zij wel een engel.

In ons hart geboren

Onmiddellijk zat Maria met een probleem. Ze had het verteld aan Jozef en die was er niet zo blij mee. Hij was een rechtschapen man en daarom dacht hij er in stilte over na om Maria in het geheim te verstoten. Hij wou geen schandaal.

God zag het probleem en stuurde mij naar Jozef. Ik bezorgde Jozef een mooie droom. Ik vertelde hem dat Maria’s kind verwekt was door de heilige Geest. Hij moest Jezus heten, redder, bevrijder van God. Men zou hem ook Immanuel noemen, ‘God met ons’.

Jozef, die een vrome Jood was uit het geslacht van David, had mijn woorden goed ontvangen en nam Maria tot zijn vrouw. Er kwam geen schandaal.

Toen werd het wat rustiger voor mij. Ik heb het hele gebeuren natuurlijk van nabij gevolgd.

Eerst zag ik hoe Maria op bezoek ging bij Elisabet. Twee gelukkige vrouwen samen. Ze waren blij omdat God hen allebei op een bijzondere manier nabij was. Dan werd de zoon van Zacharias en Elisabeth geboren. Die mensen waren gelukkig! Er was in de familie nog wat discussie over de naam van het kind. Maar Zacharias was heel beslist: ‘Johannes is zijn naam’. Meteen had hij zijn schrijftablet niet meer nodig. Hij kon weer spreken en hoe! Het werd een heuse lofzang. Zo gelukkig waren hij en zijn vrouw met hun zoon. Iedereen vroeg zich af: ‘Hoe zal het verder gaan met dit kind?’

Maria, had je door

Zes maanden later werd Jezus geboren. Je zou denken dat het een feest zou zijn, en dat was het ook voor Maria en Jozef, maar het was een feest in trieste omstandigheden.

Maria en Jozef waren in Betlehem voor de volkstelling van keizer Augustus, maar ze waren daar niet alleen. Alle gastenverblijven waren volzet. En niemand wou plaats maken voor dat jonge paar en voor die vrouw die duidelijk in verwachting was. Daarom is Jezus ergens achteraf geboren, in een stal. Zijn wieg was een voederbak, een kribbe. En toch waren Maria en Jozef zielsgelukkig.

God stuurde mij naar herders die in het veld de wacht hielden bij hun kudde. Toen ik hen aansprak, schokken zij hevig. Zoals het een engel past, was ik omgeven door stralend licht, het licht van de Heer zelf.

En dat waren die mensen niet gewoon. Ik stelde hen gerust en vertelde over de blijde geboorte in hun buurt: ‘vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de Messias, de Heer.’ En ik gaf hen een teken om Jezus te vinden: ‘Jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’

Mijn woorden werden bekrachtigd door een hemels engelenkoor dat zong: ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’

Mijn boodschap was goed nieuws, niet alleen voor die herders, maar ze zou het hele volk met grote vreugde vervullen.

Eer zij God in onze dagen

Plots dreigde het nog verkeerd te lopen. Koning Herodes was niet echt opgezet met het bericht over een pasgeboren koning van de Joden. Hij trachtte de Wijzen uit het Oosten te misleiden, zodat zij hem bij Jezus zouden brengen. Hij wou Hem doden. Dat kon God niet laten gebeuren.

Hij stuurde mij naar de Wijzen om hen te waarschuwen dat ze niet meer naar Herodes moesten gaan. En aan Jozef gaf ik de raad op de vlucht te slaan, naar Egypte, zodat Jezus niet het slachtoffer zou worden van de kindermoord in Bethlehem.

Gelukkig kon ik na de dood van Herodes aan Jozef melden dat alles weer veilig was. Voor alle zekerheid gaf ik Jozef de raad met Maria en Jezus naar Nazaret te trekken. Daar waren ze zeker veilig voor Archelaüs, die zijn vader Herodes opgevolgd was als koning.

Na die drukke periode werd het voor mij heel wat rustiger. Een goeie dertig jaar later stuurde God mij weer uit, nu in droeve omstandigheden. Jezus was dood. Zij hadden Hem vermoord in Jeruzalem. Maar God zou God niet zijn als Hij geen zorg zou dragen voor jezus. Hij heeft Jezus uit de dood opgewekt. En dat mocht ik gaan vertellen aan die vrouwen, die naar Jezus’ graf gingen om zijn dode lichaam te balsemen. Ook dat was goed nieuws.

God is immers een God van leven. Niets of iemand kan dat leven vernietigen.

Eeuwenlang geleden

Mijn naam is Gabriël. Ik ben een engel, door God gezonden. Ik kreeg heel mooie opdrachten van Hem. Wat is er mooier dan aan de mensen te gaan vertellen dat er leven is.

God zorgt er voor : nieuwgeboren leven en leven dat sterker is dan de dood, leven in al zijn volheid. Boodschapper van goed nieuws ben ik, nieuws dat mensen van vreugde vervult.

Nu moet ik niet zoveel meer de baan op. Er zijn immers zoveel mensen die dat goede nieuws doorvertellen. Engelen van mensen zijn het, is het niet ?

(Luc Maes, KULeuven)

Bezinning

Ik wens je met Kerstmis
een warme stal, een veilige ruimte om te schuilen als het nodig is.

Ik wens je een os en een ezel

om je te verwarmen als het kil en koud is.

Ik wens je herders op je weg
die je gelukkig maken met schamele geschenken.

Ik wens je de wijzen van elders,
die je inzicht geven, die je met kennis en kunde optillen.

Ik wens je een kribbe
als een veilige geborgen plek
waar je je dromen ongegeneerd mag dromen.

Ik wens je een trouwe collega als Jozef,
die je nabij blijft, geen eisen stelt, maar je genegen is.

Ik wens je een warme vriendin als Maria,
die naar je blijft luisteren en altijd achter je blijft staan
wat het leven ook brengt.

Ik wens je met Kerstmis, de genade van een eenvoudige kerststal.

En ik wens je vooral dat je os en ezel, herder en koning, Maria en Jozef mag zijn voor anderen.

(Piet Stienaerts)

 

Met dank aan de voorbereiders, voorgangers, bakkers, lezers en iedereen die erbij was!

  •  

logo VonkBerlaar